L'atelier
Les trois claviers
sous la direction de Marc Leuridan
HET TONEELORGEL VAN DE MUNT
« Tijdens het seizoen 1886-1887 werd in de Muntschouwburg eindelijk het nieuwe orgel geïnstalleerd dat men al zo lang eiste. Dit instrument, Belgiës belangrijkste operahuis waardig, kwam uit de ateliers van Schyven en Compagnie; het telt twintig registers en twee klavieren, met gescheiden pedalen. »
Deze beschrijving van Jacques Isnardon in zijn boek «Le Théâtre de la Monnaie depuis sa fondation jusqu'à nos jours» (Ed. Schott Bruxelles, 1890, p.631) is exact van toepassing op het instrument dat we vandaag horen. Nochtans heb ik geen archiefstukken omtrent dit instrument teruggevonden. De Archieven van de Stad Brussel maken melding van het vorige, vandaag verdwenen orgel. Ze onthullen dat op 14 juni 1855 Hippolyte Loret, orgelbouwer uit Laken, een offerte maakte van 3500 franken voor de bouw van een toneelorgel met één klavier. Op 19 juni haalt hij de aanbesteding binnen. In april 1856 klaagt Loret over de laattijdige betalingen en meldt hij dat het opstapje om aan het klavier te kunnen te klein is: «de organist moest met mankracht opgetild worden, wat hem zozeer hinderde dat hij nauwelijks zijn instrument kon bespelen».
Doorgaans wordt het orgel geassocieerd met een kerk, hoewel het veel mobieler is dan dat. We vergeten immers vaak dat we het kunnen aantreffen in concertzalen, bioscopen, casino's, cruiseschepen, muziekscholen, kastelen en huizen Vooral in de 19de eeuw en aan het begin van de zoste eeuw raakte dit instrument wijdverspreid. Het orgel en ziin naaste verwant het harmonium vinden we vaak naast andere klavierinstrumenten in diverse muziekensembles; vele composities bewijzen dit. Het orgel was ook vrij goed ingeburgerd op de grote toneelpodia; zo heeft bijvoorbeeld ook de opera van Gent een toneelorgel.
Sommige aanwijzingen doen me vermoeden dat de Munt er een bezat voor de schouwburg in 1855 door een brand werd verwoest. Bij de wederopbouw werd meteen ook zonder de minste aarzeling de opdracht gegeven ter de installatie van een orgel. In de aanbestedingsnota die werd gericht aan Loret, lezen we: «De te gebruiken materialen en het mechanisme zelf moeten van de hoogste kwaliteit ziin; de afmetingen van de orgelkast en de beschildering etc. zullen u worden meegedeeld door Poelaert, de architect-directeur van de werken aan de schouwburg, wiens aanwijzingen u strikt moet opvolgen.» Hoewel de archiefstukken met betrekking tot een voordien bestaand toneelorgel niet echt duidelijk zijn, meen ik toch dat het door Loret geïnstalleerde orgel wel degelijk een bestaand orgel verving.
Ons Schyven-orgel is representatief voor wat ik «een toneelorgel» noem. Discreet verborgen in de machinerie van de toneelzolder, tussen de loopbruggen, achter de grote rondboog waarvan de versieringen lichtjes zijn aangepast, côté cour ter hoogte van de Koninklijke Loge, bevindt het zich, zonder de grootse echo van een kathedraal, maar het verleent met zijn klanken uit de verte kleur aan het orkest of begeleidt in zijn eentje pathetische passages in bepaalde scènes. Ik ken geen voorbeelden van scènes waarin het orgel solo speelt, trouwens, door zijn bescheiden klankvolume en de opstelling van dit instrument leent het er zich niet toe.
De recente geschiedenis van dit orgel ken ik persoonlijk. In 1974 draagt Maurice Huismans me op het orgel te restaureren. Mijn werk beperkte zich toen tot het ontstoffen van de piipen, want het mechanisme zelf was ontoegankelijk. In 1985 werd onder toenmalig directeur Gerard Mortier de renovatie en modernisering van de Munt aangevat. Op tien dagen tijd demonteerde ik met de hulp van verschillende Muntmedewerkers het orgel bij de Meistersinger-productie. We hadden nauwelijks de tijd om plannen uit te tekenen, fotos te nemen en al het kostbare materiaal in kisten te stoppen. Daarna moest ik zelf de idee promoten om het orgel herop te bouwen op zijn oorspronkelijke plaats. Archiefstukken bewezen de waarde van dit patrimonium. Bernard Foccroulle en de Regie der Gebouwen namen het ter barre om dit project tot een goed einde te brengen. Vandaag is het Schyven-orgel de enige restant van de oude, thans volledig vernieuwde tonelmachinerie.
BESCHRIJVING VAN HET ORGEL
Twee klavieren: C - g''' |
Marc Leuridan, orgelbouwer.